Drie jaar geleden heb ik besloten een blog over literatuur te gaan schrijven. Het zou leuk zijn als anderen het ook lezen en er iets aan hebben, dacht ik toen (en denk ik nog steeds); toch is het in de eerste plaats voor mezelf belangrijk om dit te doen.

Al zo lang als ik me kan herinneren, maar met name sinds mijn middelbare school – en studietijd zijn boeken belangrijk voor me en vormt lezen mijn favoriete tijdsbesteding. Die begintijd, het één voor één ontdekken van de grote schrijvers: je leest dan op een manier waarop je het later nooit meer doen zal. Nieuwsgierig, intens, met een tintelend gevoel in je maag als je weer wat nieuws ontdekt had… Iedere zaterdagochtend ging ik naar de lokale bibliotheek om daar recensies en beschouwingen te lezen, in de Haagse Post of Vrij Nederland, over steeds nieuwe schrijvers die dan ook op mijn verlanglijstje terechtkwamen. Ik kan me Vrij Nederland-specials over Dostojevski of Flaubert herinneren. Later, in Schotland, kocht ik “the Portable Shakespeare”, waarin zeven complete stukken en fragmenten uit alle andere stonden. Ik had verwacht dat Shakespeare volkomen ontoegankelijk voor me zou zijn, maar dat viel alles mee: begin van een levenslange liefde. Bezoek aan tweedehands boekwinkels in Edinburgh: hier is mijn voorliefde voor de Engelse literatuur ontstaan. Nog later, aan de Speech School in East Grinstead ging ik de Engelstalige dichters lezen: Milton, Wordsworth, Shelley & Keats, Blake, Yeats, Ezra Pound & T.S. Eliot. Tegelijkertijd leerde ik met hun teksten te werken, poëzie te reciteren, geweldig waardevol.
En bepaalde schrijvers zijn mijn hele leven met mij meegegaan: behalve Shakespeare zijn dat bijvoorbeeld James Joyce (ik ben idolaat van hem), Proust, Kafka, Borges. Charles Dickens uiteraard. Zeker ook de Russen, met name Dostojevski.

De laatste tijd ben ik steeds meer geïnteresseerd geraakt in filosofie. Niet dat mijn interesse voor literatuur minder is geworden, integendeel, maar ik ben zeer onder de indruk geraakt van de reikwijdte en diepgang van de grote filosofische auteurs. Eerst vond ik mezelf eigenlijk niet gekwalificeerd om daarover te schijven, filosofie is immers een vak apart met een geheel eigen terminologie, maar inmiddels heb ik er zoveel over gelezen (en college gevolgd, met name bij Gerard Visser in Leiden die mij buitengewoon geïnspireerd heeft) dat ik meen er toch wel iets zinvols over te kunnen zeggen nu.
Mijn belangstelling geldt de hele geschiedenis van de filosofie, van de Presocraten en Plato tot en met 20e eeuwse filosofen als Heidegger. Ik heb een grote fascinatie voor Heidegger; hij is a.h.w. mijn filosofische James Joyce. Beiden auteurs hebben, op- geheel verschillende wijzen, een geheel eigen vocabulaire ontwikkeld die niet licht te verstaan is…

Om mijn motivatie bij het schrijven van dit blog nader toe te lichten, haal ik wat regels uit een stuk dat ik eerder schreef, over één van de critici die mij het meest geïnspireerd heeft bij het lezen van literatuur en filosofie, het luisteren naar muziek en het kijken naar kunst: George Steiner (1929-2020).

“De tekst”, schrijft Steiner, “het kunstwerk, verlangt niet alleen een begrijpende receptie, maar ook een re-actie. We moeten ‘opnieuw handelen’, respons en interpretatie omzetten in gedrag. Wie Plato, Heidegger, Shakespeare of Joyce ‘klassiek’ leest, de Goddelijke Komedie of de Kritik der reinen Vernunft bestudeert, naar Bach, Mozart of Wagner luistert, een schilderij van Rembrandt of Picasso bekijkt, doet een poging tot een nieuw, ander leven. De tekst, het kunstwerk, slaagt erin onze innerlijke beweging, onze levenshouding zo te compliceren en te verrijken, dat we nadien anders zijn dan tevoren”.
Zelden is er op een zo aansprekende manier geformuleerd hoe literatuur, kunst, filosofie, er toe doet en allerminst vrijblijvend is, hoe het voor altijd van invloed kan zijn op je manier van leven.

Op een ander moment schrijft hij: “Toevallig komt het mij oogverblindend zonneklaar voor dat studie, theologisch-filosofisch discours, klassieke muziek, poëzie, beeldende kunst en alles wat ‘moeilijk is omdat het uitmunt’ (het citaat is van Spinoza) het excuus voor het leven vormen. Ik ben ervan overtuigd dat het een onmetelijk voorrecht is zelfs maar een tweederangs [of in mijn geval: een 4e of 5e rangs-] commentator of wachter te zijn op deze verheven gebieden. Ik kan, ik mag, over deze hartstocht niet onderhandelen.”

De gecursiveerde regels zijn mij uit het hart gegrepen, ik voel ontroering iedere keer als ik ze overlees. Ik zou ze als mijn credo willen adopteren.
Wanneer Steiner spreekt over de commentatoren en interpretatoren van grote literatuur en filosofie, heeft hij het over “de scholastische persona, de erfgenaam van de monastieke gedragslijn [het klooster heeft altijd een zekere aantrekkingskracht op mij uitgeoefend] met zijn (of haar) gepassioneerde gedrevenheid, in een zoektocht naar waarheid en schoonheid.”
Wanneer ik dat lees, zou ik mij onmiddellijk willen committeren aan serieuze studie, een haast religieuze toewijding aan het allerbeste wat gemaakt is en daarin volstrekt compromisloos willen zijn (hoewel de praktijk altijd anders uitpakt: er zijn altijd weer zoveel dingen die gedaan moeten worden…).

Dit alles is ook een kwestie die boven alles raakt aan spiritualiteit en transcendentie.
Ik zou zelf niet kunnen zeggen wát ik precies geloof, hoe ik God zie e.d. Ik heb wel sterk het gevoel dat er een werkelijkheid is, boven, of aan gene zijde van, de ons omringende empirische wereld. En de wijze waarop die voor mij het sterkst tot uiting komt, is in aanraking met literatuur, metafysica, kunst of muziek. Stel onze kunst en muziek voor, de grote werken uit de wereldliteratuur, zegt ook Steiner (en het boek van hem dat mij het meest dierbaar is, Real presences, gaat over de aanwezigheid van het transcendente in grote kunst en literatuur); stel ons onze filosofie en metafysica voor van de Presocraten tot en met de onvergelijkelijke Heidegger, als ze de nadering tot en het onderzoek van de religieuze ervaring misten. Dat is onmogelijk.

Ook voor mij is het specifiek dat religieuze element wat ik zoek in literatuur en kunst en dat dit voor mij van zo’n onvergelijkelijk grote waarde doet zijn…